Hoe hoger hoe beter?

Esther van den Bor en Chris Kalden –

Hoge molens vangen veel wind.
Langs de A12 bij Waddinxveen staan vier grote windmolens met een ashoogte van 75 meter en een tiphoogte van 120 meter. Er waren plannen voor een vijfde, maar die is vanwege geluidoverlast niet haalbaar gebleken. De gemeente Waddinxveen ziet daarom af van aanpassing van het bestemmingsplan en gaat alternatieven onderzoeken. Eén daarvan is al aangedragen door de exploitant van de bestaande windmolens: vervangen van de vier huidige door drie hogere windmolens. Vanwege Schiphol (!) bestaat ter plekke een hoogtebeperking tot 150 meter. Technisch zijn tiphoogtes van 200 meter mogelijk en die worden dan ook gerealiseerd. Want inderdaad zijn die prijstechnisch en energetisch meer rendabel. Maar de situatie en de argumenten zetten wel aan het denken over de ‘plaatsbaarheid’ van hoge windmolens in het Groene Hart.

Opvatting Stichting Groene Hart
Windenergie is één van de noodzakelijke instrumenten om aan de energie- en klimaatopgaven te voldoen. Het is dan ook niet op voorhand verboden om in het Groene Hart windmolens te plaatsen. De vraag is veeleer waar past het en onder welke voorwaarden, wat zijn de kwaliteitsafwegingen en waar moet het absoluut niet.

Voorwaarden en kwaliteitsafwegingen
Zijn hoogten bepalend voor de aanvaardbaarheid van windmolens? Stellen we een bovengrens van ruwweg 100 meter ashoogte (wat nu zo ongeveer de grootste maat is)? Ter vergelijking: Het hoogste ‘gebouw’ in het Groene Hart is de zendmast in IJsselstein, de Gerbrandytoren van 350 meter met een brede onderbouw van ca 100 meter. De zendmast in Alphen aan den Rijn is 135 meter hoog met een brede onderbouw van ca 85 meter. De toren van de Sint Jan in Gouda is 68 meter hoog en de watertoren van Meerkerk is 60 meter.
Speelt de afstand waarover de molen zichtbaar is een rol? Of spelen er ook andere factoren, zoals het op enig punt ook ‘ongestoord openheid ervaren’?
De openheid van het Groene Hart in een sterk verstedelijkte omgeving is een zeer karakterbepalend. Vragen die spelen zijn: In welk mate bepalen hoge windmolens de perceptie van openheid? Wat stoort meer, bijvoorbeeld 4 of meer, 100 m hoge turbines in lijnopstelling of 3 of meer 150 m hoge turbines in een verspreid staande opstelling? Heeft een wandelaar of fietser meer ‘last’ van windmolens dan een automobilist? Het zou mooi zijn om tot een aantal bruikbare beleidslijnen te komen op basis van deze percepties.

Oproep
Wie helpt mee deze meningen/percepties/ervaringen te verzamelen en wetenschappelijk te analyseren. Binnen het Groene Hart is het zinvol om het goede gesprek voeden in een poging om gemeenschappelijke invulling van dit vraagstuk te leveren. Gemeenschappelijk geaccepteerde overwegingen en beleidslijnen helpen de gemeenten om tot gedragen plaatsing (of juist niet) van windmolens te komen.

http://www.wattisduurzaam.nl/2136/energie-opwekken/wind/overzicht-windenergie-de-voord-en-nadelen-van-energie-uit-wind/

https://dier-en-natuur.infonu.nl/milieu/57628-windenergie-de-voor-en-nadelen.html

This article has 1 comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *