Bouwen in het Groene Hart: the times they are a-changing?

In de Volkskrant van 23 februari wordt uitgebreid verhaald over nut en noodzaak van Bouwen in het Groene Hart. Dit naar aanleiding van een uitspraak van minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren, dat we er door de toekomstige ‘woningnood’ in de Randstad niet onderuit kunnen om delen van het Groene Hart toch weer aan te tasten met woningbouw. Haar uitspraak is gebaseerd op cijfers van het CBS, het CPB en het PBL, die aangeven dat er de komende 20 jaar in Nederland 1 miljoen woningen bijgebouwd moeten worden om aan de bevolkingsgroei te kunnen voldoen.

In het artikel worden de pro’s en contra’s van een dergelijke opvatting uiteengezet. Die raakt ook de Stichting Groene Hart. Onze stichting is immers 20 jaar geleden opgericht om het open en historisch cultuurlandschap van het Groene Hart te behouden (ook als groene long van de Randstad) en er zorg voor te dragen  dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied voldoende plaats is voor groen bij het maken van afwegingen over waar te bouwen en waarom. Onze stichting is niet tegen ruimtelijke ontwikkelingen in het Groene Hart, maar heeft wel grote moeite met ongefundeerde en economisch gedreven aanslagen op het karakter van het Groene Hart. Behoud én ontwikkeling is ons uitgangspunt.

Wat wij nu weer zien in deze discussie over het Groene Hart is dat economisch gedreven ontwikkeling wederom centraal staat. In plaats van eerst de vraag te beantwoorden of er inderdaad zoveel extra woningen bijgebouwd moeten worden en waar dan, wordt er nu al geroepen dat we er niet aan kunnen ontkomen om te bouwen in het Groene Hart. De argumenten van de tegenstanders die in de Volkskrant aan het woord komen snijden ons inziens meer hout dan die van de voorstanders. Het is logisch dat Bouwend Nederland en projectontwikkelaars (om maar niet te spreken van al te bouwgrage  wethouders economische ontwikkeling) graag bij willen bouwen in de weilanden.

Natuurlijk is het makkelijker om te bouwen in weilanden dan op bedrijventerreinen, maar juist deze partijen zouden hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen om zorgvuldig te bouwen waar het kan en waar het de leefomgeving het minst aantast. Hebben zij niet ook  de verantwoordelijkheid om samen met andere betrokken partijen een goede afweging te maken over waar er gebouwd moet gaan worden en waarom? De Minister zou een veel zinvollere bijdrage hebben geleverd als ze eerst een discussie met alle betrokken partijen aan was gegaan, alvorens zij dergelijke – daardoor ondoordachte – uitspraken deed. De reactie van gedeputeerde Bom van de provincie Zuid-Holland namens de Verstedelijkingsalliantie spreekt boekdelen: ‘We zetten na Zuidplas en Valkenburg een streep door bouwen in het groen’.

Er is ons inziens om en zelfs ook in het Groene Hart nog genoeg ruimte om te bouwen op plaatsen  waar het minder kwaad kan en zonder het te grabbel gooien van het groen. Wij dachten dat deze discussie toch al jaren geleden uitgevallen was in het voordeel van het groen. Het Groene Hart staat als grondslag voor ruimtelijke ontwikkeling van de Randstad al zestig jaar als een huis en is niet voor niets een sinds 2004 een Nationaal Landschap. Bovendien strijdt de opvatting van de minister met de ferme uitspraak in het recente Regeerakkoord  dat ‘het beschermen van belangrijke open ruimtes zoals het Groene Hart een belangrijk onderdeel blijft van het nationaal ruimtelijk beleid’. Het tegendeel lijkt nu weer het geval te zijn. In dat opzicht zijn de tijden niet veranderd. En dat is jammer.

Chris Kalden en Theo Vogelzang, bestuursleden Stichting Groene Hart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *