Transitie naar gasloos wonen is revolutie

Esther van den Bor – In de vorige afleveringen zijn de omvang van de opgave aangaande het verwarmen van woningen en de grote lijnen van de routes naar gasloos wonen geschetst. Als individu kun je stappen nemen en laten we dat vooral ook doen! Kleine stapjes of volledig in eigen hand, dat kan. Uiteindelijk bent u goedkoper uit. Laat u inspireren door sites als www.milieucentraal.nl en https://www.hierverwarmt.nl/

Toch ligt er een belangrijke taak voor overheden, netbeheerders en de financiële sector om deze transitie voor alle partijen realiseerbaar te maken. De kosten zijn immers hoog en de hele operatie is zeer complex. Landelijke wetgeving rond Legionella en enkele andere punten moet worden aangepast. Een juridisch kader over rechten en plichten wordt dit jaar ontwikkeld in het kader van de overstap voor bestaande woningen naar een andere vorm van energie dan (aard)gas. En om aan de veel grotere vraag van groene elektriciteit, een goed functionerend elektriciteit-netwerk, waterstof en groen gas te kunnen voldoen, moet bovendien fors worden geïnnoveerd en vooral geïnvesteerd.

Lokaal faciliteren
De grootste opgave ligt bij de lokale overheden. Eind juni was er een artikel over de aanpak van gemeenten in het Groene Hart (Rik Sneijder 24-06-17). Wethouder Hans Haring van Woerden stelt daarin: ”De rol van de gemeente blijft beperkt tot het organiseren en het ‘zo gemakkelijk mogelijk’ laten verlopen van die ontkoppeling van het gasnet.” Ook Kaag en Braassem wil faciliteren en onder andere Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop bieden daarnaast duurzaamheidsleningen aan.
Dat faciliteren zou moeten inhouden dat:

  1. Communicatie en bewustwording over de noodzaak en onontkoombaarheid van de transitie en de te kiezen tijdspanne waarin deze gerealiseerd wordt, vanaf dit moment actief opgepakt wordt door de gemeente. Het is belangrijk dat bewoners actief meepraten over de alternatieven voor aardgas en de manier waarop de transitie wordt doorgevoerd.
  2. De gemeenten op vrije korte termijn een transitieplan maken. Hierdoor ontstaat duidelijkheid voor inwoners en alle bij de transitie betrokken partijen. Inzicht in de benodigde technische stappen in de opwek, distributie en aflevering van gas en/of elektriciteit, de energetische effecten, welke organisatorische stappen moeten worden gezet, welke fasering gaat de gemeente aan en hoe wordt de transitie bekostigd.
  3. Een wijkgerichte maatschappelijke kosten-baten analyse wordt opgesteld waarin de inzet van warmtenetten wordt vergeleken met all electric toepassingen voor zowel de individuele woning als collectieve woningen. Zo wordt inzichtelijk wat de lokale bepalende factoren zijn rondom de kansen, voordelen en nadelen op economisch, sociaal en technisch vlak. Het afwegingskader is richtinggevend en met name relevant voor besluitvorming bij het verlaten van aardgasaansluitingen of bij grootschalige renovatie.
  4. Met woningcorporaties prestatieafspraken gemaakt worden waarin verregaande woningisolatie (tot label A++) en aanpassing van het afgiftesysteem (CO2-vrije warmtevoorziening) projectmatig wordt uitgevoerd. Indien mogelijk worden de wenselijke maatregelen collectief met de omliggende woningen of de gehele wijk gezamenlijk uitgevoerd. Vanuit organisatie- en kostenperspectief is dat laatste het meest effectief.
  5. Indien warmtenetwerken aanwezig zijn er mengvormen ontstaan van hoge en lage temperatuurafnemers, distributie op verschillende temperaturen binnen een netwerk en variabele aanvoertemperaturen in het warmtenet over het jaar heen. Zowel warmtebronnen als het –netwerk zijn redelijk flexibel ten aanzien van de bedrijfstemperatuur. De bottleneck in de transitie naar lage temperatuurwarmte zit aan de kant van de afnemers. Het garanderen van voldoende warmte voor verwarming en veilig tapwater, maakt dat eerst hier maatregelen moeten worden getroffen. De transitie zelf kan geleidelijk plaatsvinden, waarbij afnemers gefaseerd geschikt worden gemaakt voor lage temperatuurwarmte. Dit kan zowel groepsgewijs, per wijk, als voor individuele woningen verlopen.
  6. Het aanleggen van nieuwe warmtenetwerken goed moet worden doordacht vanwege de hoge kosten, bedrijfszekerheid en de keuze voor ‘de soort warmte’. De keuzes moeten transparant zijn en inwoners praten actief mee.

KVGN (Koninklijke Vereniging van Gasfabrikanten in Nederland) stelde een visie op waarin de verwachting van het voldoen aan de huidige warmtevraag is neergelegd. https://kvgn.nl/nieuws/gassector-verbindt-zich-aan-energieakkoord-ambitieus-pakket-maatregelen/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *