Verkoop legakkers, een gemiste kans

In de Groene Flits van vorige week stond een bericht over de verkoop van 38 legakkers in de Vinkeveense Plassen. Ik heb dat proces de afgelopen maanden met lichte verbazing gevolgd.

Je kunt een stevige (elzen)boom opzetten tot waar de overheidsverantwoordelijkheden voor natuurgebieden als de Vinkeveense Plassen gaat. Behoort daar ook niet de zorg voor de continuïteit en kwaliteit van dergelijke gemeenschappelijke goederen toe? Het debat daarover wordt merkwaardig genoeg in deze tijden van decentralisatie, afstoten van taken en participatiesamenleving nauwelijks gevoerd terwijl daar mijns inziens wel grote behoefte aan bestaat. De legakkers staan immers niet op zichzelf. Ik wil dat debat nu niet voeren want voor de legakkers zou het een mosterd na de maaltijd-discussie zijn; het besluit tot verkoop is langs democratische weg genomen.

Ik heb me in het Vinkeveense geval verbaasd over de weinig passende vorm en de gemiste kansen.
De verkoop was in essentie ingegeven door het niet langer willen dragen van de kosten voor instandhouding van de legakkers; er was geen discussie over de betekenis ervan en het belang van instandhouding. Je zou zeggen dat een zorgvuldige overdracht, onder afwenteling van de kosten het doel zou zijn. En dan kiest men voor een veiling, waarbij maximalisatie van de opbrengst aan de orde is. Dat blijkt ook wel uit de uiteindelijke ‘opbrengst’. De gemiddelde grondprijs voor een natuurgebied ligt zo tussen vijf- en tienduizend euro per hectare, terwijl hier veelvouden zijn geboden.
[Ik ben niet tegen veilingen als instrument in het natuurbeleid, maar dan moet een hoge opbrengst ook aan de orde zijn. Een mooi voorbeeld daarvan was de rare opdracht aan Staatsbosbeheer van Rutte-IV om € 100 miljoen bij te dragen aan het verminderen van het financieringstekort. Staatsbosbeheer zette toen terecht het instrument van veiling in, om tegen de hoogste opbrengst zo min mogelijk natuurgebied van de hand te hoeven doen.]

Het had voor de hand gelegen om te verkennen of overdracht aan organisaties, die we hebben opgericht voor het beheer van natuurgebieden, zoals Natuurmonumenten, Landschap en Staatsbosbeheer mogelijk zou zijn geweest. De kosten zou dan voor het Recreatieschap wegvallen en de continuïteit zou zijn geborgd.

Maar wat bij mij vooral blijft hangen, is het missen van een kans om een mooie overdracht aan de samenleving tot stand te brengen en daarmee de verbondenheid van de lokale bevolking bij hun leefomgeving concreet gestalte te geven. Dat vraagt wel om een passende vorm. Dat kan variëren van individuele verkoop met een Vereniging van Eigenaren-clausule, een volstrekt gebruikelijke manier van werken bij eigendomstransacties; het stichten van een gebiedscoöperatie met deelnemers uit de streek; het organiseren van de kennis voor een goed beheer, enzovoort. Ook overdracht in erfpacht met een symbolische canon en kwalitatieve verplichtingen zou hebben gepast.
Het zou tevens een moment zijn geweest om de gezamenlijkheid van de reeds aanwezige particuliere eigenaren te vergroten. Voor de legakkers geldt immers het aloude adagium: het geheel is meer dan de som van de delen.

Met de gekozen vrij fantasieloze manier van overdracht blijft de maatschappelijke discussie over verantwoord beheer (waarvan de kopers ook last van gaan krijgen), is er onduidelijkheid over continuïteit en is geld de maat voor betrokkenheid. Maar er zou vooral nieuwe energie, nieuwe activiteit en inzet kunnen zijn geweest vanuit een grote groep inwoners.

Op deze manier niet voor herhaling vatbaar, lijkt me. Stichting Groene Hart is graag bereid om mee te denken in overeenkomstige situaties. Zo bieden we aan om, voorafgaand aan besluitvorming, een maatschappelijk debat te organiseren om het spectrum van mogelijkheden in beeld te brengen.

Chris Kalden

This article has 1 comment

  1. Karin Reply

    Helemaal eens met Chris Kalden!
    Maar waarom hebben de burgers stichting Groene Hart niet zelf benaderd om in gesprek te gaan met elkaar en met bestuurders, vooraf de besluitvorming? En deze kans laten liggen.
    Moet de burger de stichting zelf benaderen of stelt de stichting zich pro actief op? Dit is mij niet duidelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *